jongens spelenIk kan me eraan storen. De verplichte activiteitenplanning die van te voren moet worden gemaakt en opgehangen. Voor wie doen we dit precies? De kinderen, de ouders of de pedagogisch medewerkers?

In de hal vinden dan de volgende taferelen plaats: “Oh kijk Sarah, vandaag gaan jullie een egeltje plakken. Nou dat is fijn ik ben benieuwd hoe het egeltje eruit ziet vanmiddag”.
Tijdens het fruit eten in de ochtend hebben we het over diertjes. Kleine diertjes, insecten die buiten leven. De kinderen willen na het eten naar buiten om te kijken wat ze kunnen vinden en dat doen we.

Sarah wordt gehaald. “Hoi lieverd hoe was je dag? Laat eens zien waar is jouw egeltje?” Maar er is geen geknutseld egeltje. Er is teleurstelling zichtbaar op het gezicht bij de ouder. Die komt naar de pedagogisch medewerker toe. “Ik zie op de activiteitenplanning dat jullie vandaag een egeltje gingen plakken en nu hoor ik van Sarah dat dit niet is gebeurd.” “Nee dat klopt. Tijdens het fruit hadden we het over kleine diertjes en die zijn we buiten gaan zoeken. Je wil niet weten wat ze allemaal hebben gevonden” vertelt de medewerker enthousiast. Teleurgesteld zegt de ouder: “ja maar ik heb vanmorgen Sarah voorbereid dat ze een egeltje ging knutselen en nu is ze teleurgesteld”. De ouder was teleurgesteld. Het geknutselde egeltje zou een zichtbaar resultaat zijn van dat ze ‘iets leuks’ hadden gedaan die dag. Dat kan op de koelkast worden gehangen.

Het van te voren opstellen van een activiteitenplanning schept een verwachting. Maar moet de verwachting niet zijn dat de pedagogisch medewerkers aan het einde van de dag kunnen vertellen op welke manier ze het kind in beeld hebben gehad en op welke manier ze aan zijn gesloten bij het spel en de initiatieven van het kind om zo de ontwikkeling te stimuleren?

Veel tijd en aandacht gaat naar het aanbieden van gerichte educatieve activiteiten. Het liefst iets met een zichtbaar resultaat (een knutselwerkje of foto’s van het uitje). Maar kinderen ontwikkelen zich spelenderwijs. Spelen is de manier waarop de natuur leren bedoeld heeft. Wist je dat bij een goed ingerichte speel-leeromgeving je werkt aan 80% van de ontwikkeldoelen?

Veel meer aandacht mag uitgaan naar de spel- en speelontwikkeling van kinderen, naar een rijk ingerichte speel-leeromgeving, naar het betekenisvol maken van dagelijkse momenten van de dag. Wat laten de kinderen nou zien? Hoe kan ik hier als professional bij aansluiten?

Mark Mieras heeft het over een ‘spel van verwachtingen en verrassingen’. Hoe creëer jij dat? Je zorgt ervoor als pedagogisch medewerker dat de kinderen weten wat ze kunnen verwachten op een dag, je maakt het voorspelbaar. “Na het fruit gaan we in de hoeken spelen.” Hoe creëer jij daar een verrassing? Hoe zet jij de kinderen ‘aan’?

Kijk eens naar de speel-leeromgeving. Welke hoeken heb je? Maak eens een plattegrond van de ruimte. Welke ontwikkelgebieden komen in welke hoek aan bod? Het werken met een thema kan richtinggevend zijn. De thema’s komen uit de kinderen zelf (de ideeën die zij aandragen of je hebt geobserveerd wat een hot thema is) of komen voort uit de seizoenen of feestdagen bijvoorbeeld. Welk materiaal bied je in welke hoek aan en hoe ga je de nieuwsgierigheid van de kinderen prikkelen? Welk spel wil je uitlokken en hoe ga je hierbij aansluiten?

Zet de ruimte meerdere keren per dag speelklaar. Je maakt bijvoorbeeld vlak voor de ontdek-/bouwhoek een ‘kruimelspoor’ van dieren naar de hoek. De kinderen komen naar binnen en worden er naartoe ‘gezogen’. Dan sluit je als pedagogisch medewerker aan bij het spel van de kinderen en stel je verdiepende vragen.

Maar kijk ook eens naar de vaste momenten op de dag. Welke momenten heb je en hoe ga je die betekenisvol maken? Tijdens het fruitmoment kun je samen met de kinderen tellen hoeveel kinderen er zijn en hoeveel stuks fruit je nodig hebt. Maar je kunt ook vragen stellen over het fruit. Welke verschillende kleuren zie je bij het fruit? Welke vorm hebben ze? Hoe groeien bananen, appels en peren eigenlijk? Kunnen de kinderen helpen met het fruit schillen aan tafel? Kunnen ze he fruit verdelen over de andere kinderen? Kunnen de kinderen mee fruit halen, de tafel dekken en afruimen? De mogelijkheden zijn eindeloos en bijna alle ontwikkelgebieden komen aan bod.

Laten we dan in de communicatie een andere verwachting scheppen. Laten we dan communiceren dat we met een bepaald thema werken, welke ontwikkelingsgebieden terugkomen in de hoeken en tijdens de vaste tafelmomenten bijvoorbeeld en aan het einde van de dag vertellen aan de ouders dat we het kind in beeld hebben gehad, hoe we zijn aangesloten bij het spel en hoe we daarmee de ontwikkeling hebben gestimuleerd. Zullen we dan ouders meenemen in het spel van kinderen? Zullen wij als pedagogisch professionals dan laten zien welke bijdrage spelen levert aan de ontwikkeling. Dat spelen ontwikkelen is? En dat het vrolijke gezicht dat enthousiast vertelt over hoeveel mieren ze wel niet heeft gevonden die dag, hetgeen is wat we ‘op de koelkast hangen’?