Voorbeeld gedragsindicatoren E-competentiescan

Uitdrukkingsvaardigheid niveau A

Uitdrukkingsvaardigheid niveau B

Uitdrukkingsvaardigheid niveau C

Zij spreekt kinderen duidelijk en constructief aan op hun gedrag en past het taalgebruik en de wijze van communiceren aan op het begripsniveau en interesse van het kind. Zij kent de effecten van het gebruik van intonatie en lichaamshouding.

 

Zij is in staat om bevindingen over het kind helder onder woorden te brengen richting collega’s. Zij luistert actief naar de ouder en het kind en vraagt indien nodig ondersteuning van leidinggevende of collega’s.

Zij spreekt kinderen duidelijk en constructief aan op hun gedrag en past het taalgebruik en de wijze van communiceren aan op het begripsniveau en interesse van het kind, de ouders en derden aan. Zij brengt informatie helder en duidelijk onder woorden en maakt gebruik van de effecten van intonatie en lichaamshouding.

 

Zij brengt observaties en relevante zaken schriftelijk goed onder woorden en is in staat om bevindingen over het kind helder onder woorden te brengen richting collega’s en ouders. Zij luistert actief en vraagt door bij de ouder en het kind, zodat zij de benodigde informatie geven en zich begrepen voelen.

Zij spreekt kinderen duidelijk en constructief aan op hun gedrag en past het taalgebruik en de wijze van communiceren op het begripsniveau en interesse van het kind, de ouders en derden aan en controleert of de verstrekte informatie goed is overgekomen. Zij is in staat om door middel van gesprekstechnieken initiatief te nemen en te sturen in gesprekken.

 

Zij brengt observaties en relevante zaken schriftelijk goed onder woorden en verwoordt zowel positieve en negatieve bevindingen over het kind richting ouders helder, maar ook tactvol. Zij luistert actief en vraagt door bij de ouder en het kind, zodat zij de benodigde informatie geven en zich begrepen voelen en geeft tips hoe dit te verbeteren wanneer collega's dit moeilijk vinden.

Ontwikkelpunten:

-         Het aanpassen van het taalgebruik en de wijze van communiceren op het begripsniveau en interesse van het kind, de ouders en derden.

-         Het beter constructief aanspreken van kinderen op hun gedrag.

-         Het actief luisteren en doorvragen bij zowel de ouder als het kind, zodat zij de benodigde informatie geven en zich begrepen voelen.

-         Het in staat zijn om bevindingen over het kind helder onder woorden te brengen richting collega’s en ouders.

-         Het schriftelijk goed onder woorden brengen van observaties en relevante zaken.

 

Ontwikkelpunten:

-         Het controleren of de verstrekte informatie goed is overgekomen.

-         Het initiatief nemen en sturen in gesprekken door het hanteren van diverse gesprekstechnieken.

-         Het geven van tips aan collega’s over hoe ze actief kunnen luisteren en doorvragen.

-         Het helder en tactisch verwoorden van zowel positieve als negatieve bevindingen over het kind richting ouders.