BSO Wijs: “Buiten kunnen ze echt kind zijn”

Hoe creëer je een gevarieerde speelomgeving? Hoe zorg je dat kinderen zich na schooltijd lekker kunnen uitleven? En hoe vergroot je hun weerbaarheid en zelfstandigheid? Het antwoord van BSO Wijs op deze vragen is even simpel als doeltreffend: ze biedt buitenschoolse opvang, in de meest letterlijke zin van het woord.

“Door regelmatig in de natuur te zijn, worden kinderen zich meer bewust van hun omgeving, scherpen ze hun zintuigen en leren ze hun eigen mogelijkheden en grenzen kennen.” Het Pedagogisch kader kindercentra 4-13 jaar laat er geen misverstand over bestaan: buiten spelen is goed voor kinderen.

Ook Frija Bleijerveld, medeoprichter van BSO Wijs, is hiervan overtuigd. “Binnen wordt de energie van kinderen vaak getemperd. Buiten kunnen ze echt kind zijn. Ze kunnen meer beleven, worden uitgedaagd en kunnen beter hun energie kwijt. Ook gaan ze minder innerlijke barrières ervaren: ze worden minder bang voor beestjes en vies worden. Bovendien leren ze belangrijke sociale vaardigheden, zoals zelfredzaamheid, initiatief nemen en elkaar helpen.”

Scandinavisch model
Een belangrijke inspiratiebron voor BSO Wijs, dat in 2011 in Driebergen van start ging, is het ‘Scandinavische model’. Tom den Boer, vader van drie kinderen, maakte kennis met dit model toen hij in een berghut drie Noren ontmoette die in een bso bleken te werken. Van hun verhaal was hij zo onder de indruk, dat hij samen met Frija BSO Wijs oprichtte. “In Noorwegen gaan kinderen de fjorden op, vangen ze vis en roosteren die zelf boven een vuurtje”, vertelt Frija enthousiast. “Dat klonk ons als muziek in de oren. Waar een reguliere bso zich met name richt op opvang binnen, willen wij kinderen juist de wereld buiten laten ontdekken.”

BSO Wijs doet dit door de kinderen met een groeps- of bakfiets op te halen van school en vervolgens direct naar een bos, grasveld of meertje te brengen. Nadat de kinderen hebben gegeten en gedronken, gaan ze spelen of aan de slag met een thema als ‘kunst’, ‘indianen’ of ‘oertijd’. Alle activiteiten vinden buiten plaats, tenzij het extreem slecht weer is. In dat geval schuilen de kinderen in De Schaapskooi op Landgoed Heidestein, een oude stal die is omgebouwd tot informatiecentrum. Aan het eind van de dag worden ze weer opgehaald door hun ouders bij kinderboerderij ‘t Woelige Nest.

Beter opletten
Wat vraagt deze bijzondere werkwijze van pedagogisch medewerkers? “Het belangrijkste is dat je flexibel bent”, zegt Doreen Rugers. “Onze activiteiten zijn afhankelijk van het weer, dus je kunt niet alles vooraf plannen. Soms komen de kinderen ook zelf met ideeën, bijvoorbeeld als ze in hun vrije tijd een leuk plekje hebben ontdekt. In dat geval gaan we gewoon daarheen, want met onze groepsfiets zijn we heel mobiel. Daarnaast is het belangrijk om constant alert te zijn. In een bos raken kinderen sneller uit je gezichtsveld, dus je kunt minder afstand houden dan binnen.”

Om die extra individuele aandacht te kunnen bieden, is de leidster/kind-ratio bij BSO Wijs 1 op 8. Ook worden er striktere afspraken met de kinderen gemaakt. “We bieden de kinderen meer vrijheid, maar hebben ook meer regels”, legt Scilla Köhlinger uit. “Als alle kinderen binnen zijn, is het vrij eenvoudig om overzicht te houden. Buiten moet je veel beter opletten. Ook heb je goed inzicht nodig: welke kinderen vinden wat leuk om te doen?”

Extra tijd
Om een gevarieerd activiteitenprogramma te kunnen bieden, werkt BSO Wijs bewust met pm’ers die beschikken over verschillende vaardigheden. Zo heeft Scilla ervaring als natuurgids en is Doreen actief als paardrijdinstructrice. “De één weet alles van indianen, de ander van planten”, licht Scilla toe. “En zelf weet ik hoe je mooie hutten kunt bouwen.” De medewerkers werken de activiteitenplannen zelf uit, buiten hun werk op de groep. Hiervoor krijgen ze één uur per week extra voorbereidingstijd uitbetaald. “Vanaf volgend jaar gaan we ook scholing aanbieden”, zegt Frija. “Het is de bedoeling dat onze medewerkers zich verdiepen in elk van de vier pijlers in ons activiteitenaanbod: natuur, spel, expressie en scouting. Vervolgens zullen ze die opgedane kennis vertalen in de activiteitenplannen.”

Bewustzijn
Een belangrijk onderdeel van die plannen is het bevorderen van weerbaarheid. “We willen kinderen met al hun zintuigen laten ervaren wat wel en niet kan”, zegt Frija. “Bijvoorbeeld of het veilig is om in een boom te klimmen, of dat het beter is om dat niet te doen vanwege een dode tak. In Nederland zijn ouders vaak beducht voor mogelijke gevaren. Maar in plaats van een 100% veilige omgeving te creëren, leren wij het kind om zélf risico’s in te schatten. De indeling van de kinderen (in drie horizontale groepen) is dan ook niet uitsluitend gebaseerd op hun leeftijd. Een kind gaat pas door naar een volgende groep als het daar volgens de medewerkers klaar voor is.”

Training
Om de zelfredzaamheid van de kinderen te vergroten, heeft BSO Wijs hen onder andere een hondentraining laten volgen. “Laatst rende er in het bos een hard blaffende hond op ons af”, vertelt Doreen. “Eén van de kinderen deed precies wat het had geleerd: stilstaan en rustig reageren, waarop de hond direct kalmeerde. Het kind was natuurlijk ontzettend trots op die prestatie. Ook leren we de kinderen omgaan met een zakmes. Hierbij besteden we zowel aandacht aan technische vaardigheden als aan verantwoord gedrag. We leren de kinderen dat ze altijd van zich af moeten snijden en dat ze hun mes niet mogen gebruiken als er andere kinderen om hen heen staan. Pas als ze al deze vaardigheden onder de knie hebben en zich volledig bewust zijn van de risico’s, krijgen ze een diploma. Hierdoor zijn ze heel gemotiveerd om te leren. Ze krijgen het diploma niet zomaar: ze moeten er echt iets voor doen.”

BKK, oktober 2011